Hobbykippen

Informatie over hobbykippen

Ons team van gezelschapsdierenartsen en assistentes biedt uitstekende diergeneeskundige zorg voor uw hobbykip.

Wij kunnen u een goed advies geven over en begeleiden bij onder andere medische zaken, preventieve gezondheidszorg, voeding en verzorging.

  • Legapparaat problemen
  • Luchtweginfecties pluimvee
  • Worms2 Mestonderzoek kip

Legapparaat problemen

Aandoeningen van het legapparaat komen bij hobby pluimvee regelmatig voor, zoals legnood, ontsteking of tumoren. 

Legnood 

Legnood is een veel voorkomende aandoening bij leghennen. We spreken van legnood wanneer er al enkele uren zonder succes op een ei wordt geperst. Er zijn een groot aantal oorzaken en meespelende factoren die tot legnood kunnen leiden. Zo zijn oudere dieren of dieren die te zwaar zijn een risicogroep. Maar kan het ook ontstaan door verkeerde voeding, afwijkingen in de eileider zoals een ontsteking of trauma. Vooral voldoende aanbod van Calcium in de voeding en als grit, is een belangrijke preventieve maatregel.  

Een hen met legnood perst en kan slomer worden. Ze willen vaak niet eten, kunnen benauwd worden en afwijkende ontlasting produceren. De buikomvang neemt toe en er is een risico op een cloaca die uitstulpt.  

Als het ei een harde schaal heeft kan het worden gevoeld bij het lichamelijk onderzoek. Aanvullend kunnen röntgenfoto’s zinvol zijn om het aantal eieren te bepalen wat in de eileider zit. Als het ei nog geen harde schaal heeft is palpatie lastiger en kan een echo soms uitkomst bieden.  

De behandeling van legnood moet het liefst zo snel mogelijk gebeuren omdat de klachten snel kunnen verslechteren. Afhankelijk van de situatie kan gekozen worden voor een medicamenteuze behandeling of geprobeerd worden om het ei via de cloaca te verwijderen.  

Eiperitonitis 

Eiperitonitis is een ontstekingsreactie die ontstaat als dooiermateriaal in de buikholte komt. Dit kan door verschillende oorzaken ontstaan en in de meeste gevallen wordt het dooiermateriaal door het buikvlies geabsorbeerd wat milde reactie zal geven. Als er echter bacteriën in de buikholte zitten dan zullen deze de dooier als voedingsstof gaan gebruiken waardoor er bacteriële infectie bij komt.  

De verschijnselen variëren van mild tot levensbedreigend. Vaak zal een hen minder tot niet eten. Zijn er gedragsveranderingen zoals minder activiteit, overmatig op het nest zitten en sloomheid. Daarnaast kan de buik dikker worden door vocht, afwijkende eieren worden gelegd en kan een kip benauwd worden. Met het lichamelijk onderzoek kan soms een diagnose worden gesteld als eieren kunnen worden gevoeld of als vrij vocht in de buik aanwezig is. Aanvullend onderzoek zoals bloedonderzoek of een röntgenfoto kan uitkomst bieden bij de gevallen waarbij de diagnose niet duidelijk is.  

Om eiperitonitis te kunnen behandelen is het belangrijk om naar onderliggende oorzaak te zoeken en deze zo mogelijk ook te behandelen. In milde gevallen kan volstaan worden met ondersteuning. Wanneer er een infectie speelt zal deze ook aangepakt moeten worden. In sommige gevallen kan zelf een operatie nodig zijn om bijvoorbeeld afwijkende eieren te verwijderen.  

Om recidief te voorkomen in de toekomst moet de eiproductie geremd worden. Dit kan met management maatregelen zoals de kippen in de nacht eerder ophokken om de hoeveelheid licht te beperken; of met hormoonimplantaten. Stress moet ook zo veel mogelijk vermeden worden.  

Afwijkende eieren 

Eieren kunnen een afwijkende schaalkwaliteit, schaalkleur of vorm. Windeieren is een veelgebruikte term voor eieren met een afwijkende schaalkwaliteit, waarbij de schaal dunner is of ontbreekt.  

Afwijkende eieren hebben verschillende oorzaken zoals infectieuze ziektes, voedingsgebreken en managementfactoren. Oudere hennen gaan vaak ook meer afwijkende eieren produceren.  

Legt een hen, of meerdere hennen, afwijkende eieren is het belangrijk om de voeding goed te evalueren. Voor het leggen van eieren moet vooral aan de behoefte van calcium, fosfor en vitamine D wordt voldaan. Geef hiervoor naast een goed legkorrel of legmeel ook granen, zaden en groenvoer (groenten, kruiden, fruit, bessen). En zorg voor de aanwezigheid van grit en maagkiezel. Daarnaast is het belangrijk om goed naar de huisvesting te kijken. Krijgen de kippen voldoende licht, zitten ze niet in de volle zon als het warm is, geen tocht in het nachthok, voldoende ruimte om stress en pikken te voorkomen? Zijn de voeding en management op orde dan kan getest worden op infectieuze oorzaken die mogelijk tot afwijkende eieren kunnen leiden (zoals Egg Drop Syndrome) maar dit kan soms lastig aan te tonen zijn. 

Luchtweginfecties pluimvee

Er zijn verschillende bacteriën en virussen die luchtweginfecties bij kippen kunnen veroorzaken. In de volksmond wordt verkoudheid bij kippen al snel snot genoemd.

Acute snot (Coryza)

Bij de hobbykip is dit de meest voorkomende variant. Avibacterium Paragallinarum is de bacterie die deze aandoening veroorzaakt. De infectie kan via het oog en neusslijmvlies binnen komen. De incubatietijd (tijd tot het optreden van eerste ziekte na besmetting) is 3 tot 10 dagen. De infectie gaat vrij snel door het koppel.

De symptomen zijn:

  • Dikke kop, met name door zwelling (vochtophoping) van de neus bijholte en de huid onder het oog; gezwollen lellen.
  • Grijzige tot etterige, draden trekkende uitvloei uit neus en ogen
  • Rochelende ademhaling en benauwdheid
  • Dicht zittende ogen
  • Diarree
  • Vermagering

Behandeling kan uitgevoerd worden na diagnose door een dierenarts met de juiste antibiotica. Het nadeel is echter dat het volledig uitroeiien van de bacterie slecht mogelijk is. Dikwijls zijn er weer periodes dat de acute snot de kop op kan steken.

De bacterie blijft in de omgeving niet lang in leven (max 2 dagen). Als het zo is dat u na een besmetting met een nieuw koppel kippen wilt starten dan is een leegstand van het hok na grondige reinigen van een week over het algemeen voldoende.

Chronische snot (mycoplasma gallisepticum)

Chronische snot of CRD (Chronic respiratoy disease) wordt veroorzaakt door mycoplasma gallisepticum. De infectie kan via het ei overgedragen worden. Veel kippen dragen het dan bij zich en pas bij een vermindering van de weerstand zal de kip ziek worden. Het is dan ook zaak een hardnekkige aandoening binnen een koppel goed aan te pakken.

De symptomen:

  • Reutelen, proesten
  • Dikke kop
  • Verminderde eetlust en gewichtsverlies
  • Soms ook uitvloeiing uit de neus en niesen

Vaak openbaart deze infectie zich door het tegelijk aanwezig zijn van een andere infectie. Bijvoorbeeld infectieuse bronchitis of New Castle Disease.

Behandeling is mogelijk met de juiste antibiotica, het effect van de behandeling is wel afhankelijk van eventuele bijkomende infecties. Hygiëne is van belang om de besmettingsdruk laag te houden. Als je laat gaat behandelen kan de kip chronisch last houden van de luchtwegen en dus, of steeds terugkerende klachten hebben of blijvend bijgeluiden bij de ademhalnig hebben.

Gaapziekte

Gaapziekte wordt veroorzaakt door syngamus trachea een worm die in de luchtpijp woont van onder andere kippen, maar ook wilde vogels. Met name jonge dieren zijn gevoelig voor deze infectie.

De infectie verloopt via de ontlasting, volwassen wormen leggen eitjes, de kip hoest deze op en de eitjes zitten in de ontlasting. Vervolgens wordt de infectie via een tussengastheer (bijvoorbeeld een regenworm) weer opgenomen door de kip.

De symptomen:

  • Schudden met de kop
  • Gapen
  • Naar lucht happen
  • Vermageren

De besmetting is door ontlastingsonderzoek vast te stellen. Als deze infectie speelt is het belangrijk om alle dieren te ontwormen, maar vooral ook goed de mest op te ruimen, anders blijven er herbesmettingen optreden.

Overige luchtweginfecties

Er zijn nog verschillende infecties die met name in de commerciële pluimveehouderij tot grote problemen kunnen leiden. Dan moet je denken aan ILT (infectieuze laryngotracheïtis), NCD (New Castle Disease, pseudovogelpest) of Aviaire influenza (klassieke vogelpest).

Deze ziektes zijn soms aangifteplichtig, dat wil zeggen dat wij als dierenarts de ziekte moeten melden bij de NVWA.

Voor Pseudovogelpest (NCD) is een vaccinatie voor tentoonstellingsdieren of bedrijfsmatig gehouden pluimvee verplicht.

Worms2 Mestonderzoek kip

Met een mestonderzoek kan gekeken worden naar de aanwezigheid van inwendige parasieten van een ziek dier of van een koppel dieren. Door een infectie tijdig op te sporen kan voorkomen worden dat dieren ziek worden. En bij een ziek dier kan worden vastgesteld welke behandeling moet worden ingezet.  

Wormen bij de kip 

Kippen kunnen besmet raken met verschillende soorten wormen. Over het algemeen geldt, hoe groter de ruimte die per dier beschikbaar is, hoe lager de infectiedruk is. Dit heeft ermee te maken dat besmette dieren in de mest eitjes uitscheiden en deze in de omgeving komen. Bij een groep scharreldieren op een relatief klein oppervlak zien we vaak meer problemen omdat door het scharrelen in de grond meer eitjes worden opgenomen.  

Spoelwormen  

Bij de kip zien we vooral de grote spoelworm (Ascaridia galli) en bij vrijlopende kippen de kleine spoelworm (Heterakis gallinarum). De besmetting vindt plaats door besmet voedsel, grond of water. Bij de kleine spoelworm is de regenworm een tussengastheer. Dit betekent dat kippen besmet raken door het eten van een geïnfecteerde regenworm.   

Verschijnselen worden vooral gezien bij een zware besmetting of bij zwakkere dieren. De dieren vermageren, groeien slecht, hebben diarree, slecht verteerde ontlasting, een bleke kam en lellen en zullen uiteindelijk sterven. 

Haar- of Draadwormen 

De Capillaria kent meerdere soorten die op verschillende plaatsen in het maagdarmkanaal leven. Ze geven een heftige ontsteking van de slijmvliezen. De verschijnselen die gezien worden zijn vermagering, verminderde leg, diarree, bleekheid en in een later stadium zwakte, bolzitten, anorexie en sterfte.  

Lintwormen 

Kippen kunnen verschillende soorten lintworm bij zich dragen. Een besmetting vindt plaats via een tussengastheer die door de kip wordt opgegeten. De tussengastheer van lintwormen zijn spinnen en ongewervelden zoals slakken, kevers, regenwormen en vliegen.  

Coccidiose 

Coccidiose wordt veroorzaakt door de darmparasiet Eimeria. Er zijn verschillende soorten die bij de kip voorkomen en veel kippen dragen deze parasiet bij zich zonder er problemen van te ondervinden. De eitjes van Eimeria worden oöcysten genoemd, deze kun goed overleven in de mest en zelfs maanden in de grond. Afhankelijk van de leeftijd van de dieren en het type Eimeria zijn de verschijnselen mild, met iets groeiachterstand en wat dunne mest. Tot zeer heftig met bloedverlies via de darmen, sterk vermageren, bleke kam en lellen en sterfte. De meeste infecties worden gezien bij jonge dieren, maar als dieren op latere leeftijd voor het eerst in contact komen met grote aantallen oöcysten kan dit ook ziekteverschijnselen geven. Bij een groot koppel met plotseling sterfte kan, naast mestonderzoek, ook sectie van overleden dieren gedaan worden. Hiermee kan dan een diagnose gesteld worden zodat de rest van de koppel een correct behandeld kan worden.  

Behandeling 

Voor wormbesmettingen ontwormen met een geschikt ontwormingsmiddel. Dit kan bij koppels via het drinkwater of over het voer. Voor een individueel dier kan ook gebruik gemaakt worden van een injectie of ene pipetje in de nek. Twee weken na het ontwormen kan nieuw mestonderzoek aantonen of de behandeling succesvol is geweest.  

Voor coccidiose zijn aparte middelen beschikbaar. Deze worden niet gedood door de ontwormingsmiddelen maar vereisen een aparte behandeling.  

Preventie 

Goede hygiëne is erg belangrijk om worminfecties en coccidiose te voorkomen.  

  • Reinig regelmatig het verblijf en de ren. Het is aan de raden om de bovenste laag 1 x per jaar te vervangen door schone grond.  
  • Plaats voer- en drinkbakken van de grond zodat er geen besmette ontlasting in komt en de kippen minder snel van de grond pikken.  
  • Zorg voor voldoende oppervlakte om te scharrelen. 

Daarnaast is het verstandig om 3-4 x per jaar mestonderzoek te laten doen om infectie in een vroeg stadium te ontdekken.

Mest verzamelen voor onderzoek

Omdat wormen in verschillende delen van de darm zitten en daar eitjes uitscheiden is het belangrijk om een mestmonsters te verzamelen op verschillende tijdstippen van de dag. In de ochtend is het vaak blinde darm mest. Deze is dunner, lichter van kleur en stinkt meer. De normale mest is steviger waarbij witte stukken zitten (dit is het afvalproduct van de nieren wat samen met de mest wordt uitgescheiden). Voor een goed mestmonster is een mengsel van beide soorten ontlasting het meest gevoelig, anders kunnen bepaalde parasieten gemist worden.                         

Voor een individuele kip kunt u deze het beste tijdelijk apart huisvesten en de mest verzamelen. Voor koppels kunt een papier onder de legstok leggen om zo blindedarm mest te verzamelen en dit aan te vullen met de gewone mesthopen later op de dag. Het beste is een zo vers mogelijk monster te nemen en van zoveel mogelijk dieren te verzamelen om een goede afspiegeling van de populatie te krijgen.  

Terug naar Gezelschapsdieren