Katten

Ons team van gezelschapsdierenartsen en assistentes biedt uitstekende diergeneeskundige zorg voor uw kat.

Wij kunnen u een goed advies geven over en begeleiden bij onder andere medische zaken, preventieve gezondheidszorg, gedrag, voeding en verzorging

  • Aanschaf van een kat
  • Atrose bij de kat
  • De oudere kat
  • Gedrag kat
  • Overactieve schildklier
  • Pijn herkennen
  • vaccine3 Vaccinatie
  • Worms2 Wormen

Aanschaf van een kat

Als u op zoek bent naar een kat of kitten is het meestal niet zo moeilijk om in contact te komen met verkopers. Via het asiel, internet of het briefje bij de supermarkt worden genoeg dieren aangeboden. Maar waar kunt u als koper op letten bij de aanschaf van een kat?

Voordat u een kat in huis neemt is het verstandig om na te denken over wat voor type kat u zoekt. Moet het een echte binnenkat zijn of juist een jager. Een echte kroelpoes of een speelmaatje voor de kinderen? Er zijn altijd katten op zoek naar een nieuw baasje. In het asiel zitten zowel kittens als oudere dieren. De verzorgers kunnen u meer vertellen over de verschillende katten en u heeft de mogelijkheid om een kat te kiezen met een karakter dat past bij uw eigen situatie. Wilt u graag een raskat? Neem dan contact op met de rasvereniging om te vragen naar goede fokkers.

Heeft u een leuke kat gevonden, vraag dan altijd goed na of het dier goed ontwormd en ontvlooid is. Eventueel al gevaccineerd, dit mag vanaf een leeftijd van 9 weken, en wel of niet gechipt. Let op ziekteverschijnselen zoals niesen, vieze ogen, vieze oren en een mooie, glimmende vacht. Vraag ook specifiek naar eventuele ziekte in het verleden zodat u later niet voor vervelende verrassingen komt te staan.

Een jonge kitten hoort nieuwsgierig te zijn en speels. De eerste levensmaanden zijn cruciaal voor een goede socialisatie. Kittens moeten in deze periode veel contact hebben met mensen en liefst ook met kinderen en andere huisdieren. Is een kitten heel bang of zelf agressief dan is het onvoldoende gesocialiseerd en dit is op latere leeftijd bijna niet meer te herstellen. Houdt er rekening mee dat deze katten niet op schoot komen kroelen en dat bijvoorbeeld dierenartsbezoeken vaak grote problemen geven. Wilde moeders geven meestal ook wilde kittens waar over het algemeen weinig mee te beginnen valt. Let er bij een kitten ook op dat ze niet te vroeg bij de moeder weggaan. Wettelijk is vastgesteld dat ze minimaal 7 weken in het nest moeten blijven, en dat is niet voor niets. Fokkers van raskatten laten de dieren vaak pas na de 2e vaccinatie, op 12 weken, uit het nest.

Atrose bij de kat

Artrose bij de kat

Artrose ontstaat door de slijtage van de gewrichten van uw kat. Het kraakbeen verdwijnt op plekken in het gewricht en er kunnen botwoekeringen ontstaan in het gewricht. Dit geeft aanleiding tot ontsteking en pijn. De aandoening komt vaak voor bij oudere katten, ca 80% van alle katten boven de 12 jaar heeft last van artrose. Katten zijn meesters in het verbergen van pijn. Vaak gaan ze minder bewegen en zullen ze minder vaak en minder hoog springen. Vaak zijn beide kanten aangedaan, waardoor een kat ook niet duidelijk kreupel gaat lopen.

De diagnose

Bij klinisch onderzoek maakt de kat zijn of haar ongenoegen vaak kenbaar, als we de heupen of de rug onderzoeken. Artrose kan echter in alle gewrichten voorkomen. Om de diagnose te bevestigen kunnen we een röntgenfoto maken. De veranderingen op de röntgenfoto zijn vaak vrij subtiel, maar dat neemt niet weg dat de pijnklachten er wel zijn.

De therapie

Omdat er sprake is van een ontsteking in het gewricht, zullen we veelal gebruik maken van ontstekingsremmers, die tegelijkertijd pijnstillend zijn. Die kunnen, als het nodig is, blijvend gegeven worden. Daarnaast kiezen we vaak voor een speciale voeding of voor een voedingssuplement om de gewrichten verder te ondersteunen. Tevens kan het zinvol zijn, als de kat het toelaat, om fysiotherapie toe te laten passen door een erkende fysiotherapeut.

De oudere kat

Door een betere voeding en betere diergeneeskundige zorg worden katten steeds ouder. In de afgelopen 10 jaar is de leeftijd van de gemiddelde kat met 15% gestegen. Wij noemen een kat senior als hij 10 jaar of ouder is.

Gevolgen van veroudering:

  • Een oudere kat beweegt minder waardoor de spiermassa gaat afnemen. Ook kan er artrose van de gewrichten gaan optreden waardoor de kat stijver wordt.
  • Een oudere kat gaat vaak minder eten. Gebitsproblemen, een verminderd reuk- en smaakvermogen en verminderde activiteit spelen hierbij een rol.
  • De darmen gaan dikwijls minder functioneren, waardoor obstipatie voor kan komen.
  • Oudere katten drinken vaak minder, zeker als dit gepaard gaat met bijvoorbeeld nierproblemen, ligt uitdroging op de loer.
  • De vachtconditie gaat achteruit, doordat uw kat zichzelf minder goed gaat verzorgen.
  • Een oudere kat slaapt meer, maar vaak wel lichter. Ook kunnen er soms dementieverschijnselen op gaan treden.

Preventieve zorg:

Het is goed om uw huisdier regelmatig te laten controleren bij ons. Als u uw kat jaarlijks laat enten dan doen wij deze controle tijdens de enting en adviseren wij u waar nodig over de te nemen vervolgstappen. Bij verschijnselen die wijzen op ouderdomsziekten kan het goed zijn om eerder een afspraak te maken. Dan moet u denken aan stijf en pijnlijk lopen, vermageren, veel drinken of plassen, meer gaan braken, moeite met de ontlasting, slecht eten e.d. Daarnaast is het belangrijk om juist bij de oudere kat de entingen te blijven geven. Als dieren ouder worden wordt de weerstand duidelijk minder en is tijdige bescherming tegen de belangrijkste infectieziekten juist erg belangrijk.

Aangepaste voeding

Oudere katten hebben een andere voedingsbehoefte als jongere dieren, daarom is het belangrijk om een speciaal seniorendieet te geven. Een goed senioren voer ondersteunt de darmwerking, zorgt voor een mindere belasting van nieren en lever en zorgt voor een goede ondersteuning van huid en vacht. Brokjes zijn goed om tandsteen te voorkomen. Wel is het van belang in de gaten te houden of uw kat voldoende drinkt. Vaak drinken ze namelijk wat minder en is het goed om de watergift te waarborgen door ook wat nat voer bij te voeren. Belangrijk is ook om uw kat op meerdere plekken water aan te bieden. Katten drinken niet graag daar waar ze eten maar liefst ergens anders. Veel katten drinken beter als u een fonteintje gebruikt. Als uit onderzoek is gebleken dat bijvoorbeeld de nierfunctie minder is, of obstipatie een probleem is dan adviseren wij vaak een aangepast dieetvoer, gericht op de betreffende aandoening.

Extra aandachtspunten in de verzorging

  • Het is vaker nodig om te borstelen. Omdat de vacht slechter wordt en de kat deze zelf minder gaat verzorgen.
  • Het gebit verdient extra aandacht, vaak is er sprake van tandsteen en daardoor pijn en ongemak. Laat dit zo nodig door ons schoonmaken en zorg daarna met voeding en andere voedingssupplementen dat er minder snel tandsteen gevormd wordt.
  • Controleer de nagels wat vaker, bij oude katten kunnen deze soms gaan ingroeien en dan is knippen noodzakelijk.
  • Zo nu en dan wegen kan u eerder een aanwijzing geven dat er iets aan de hand is met de gezondheid van de kat.
  • Hou in de gaten of uw kat meer gaat drinken en/of de kattenbak veel natter is als voorheen, dit kunnen aanwijzingen zijn voor bijvoorbeeld suikerziekte of nierproblemen.

Specifieke ouderdomsklachten

  • Artrose is een aandoening van de gewrichten, door de slijtage wordt uw kat minder soepel en kan pijnklachten krijgen. Signalen kunnen zijn dat uw kat vaker mis springt, minder snel de trap op en af gaat en meer moeite heeft om in de krabpaal te klimmen.
  • Diabetes Mellitus of suikerziekte komt bij oudere katten regelmatig voor, overgewicht speelt daarbij vaak een rol. Het opvallendste signaal is veel drinken en plassen.
  • Hoge bloeddruk komt dikwijls voor, dit kan een breed scala aan problemen geven. Waaronder oogafwijkingen en nierproblemen.
  • Nierfalen wordt gekenmerkt door meer drinken en meer plassen en in een verder gevorderd stadium door slechter eten en soms ook braken.
  • Een overactieve schildklier wordt gekenmerkt door afvallen ondanks een goede eetlust en voldoende of meer drinken. Deze katten kunnen ook wat gestrest overkomen.
  • Tandvleesontsteking en kieswortelontstekingen zijn vaak het gevolg van tandsteen dat niet tijdig is verwijderd en zorgen vaak voor slecht eten en stinken uit de bek.
  • Staar kan bij de oudere kat gaan optreden waardoor het gezichtsvermogen met name in de schemering zal gaan verminderen.
  • Doofheid kan bij de ouder wordende kat een rol gaan spelen.
  • Daarnaast zullen er bij katten op oudere leeftijd ook vaker hartproblemen de kop op steken en vaker tumoren aangetroffen worden.

Aanvullende onderzoeken bij de oudere kat

Het is goed om tijdig aanvullend onderzoek te doen bij uw oudere kat. Aanvullende onderzoeken kunnen zijn:

  • Urineonderzoek: met name om de concentratie van de urine te meten, om te kijken of er suiker aanwezig is in de urine of te veel eiwit
  • Bloedonderzoek: het kan routinematig verstandig zijn om leverfunctie, nierfunctie en suikerziekte te controleren. Aanvullend kan gekeken worden naar de schildklierfunctie, de hartfunctie, aanvullend leveronderzoek of bloedarmoede.
  • Bloeddrukmeting: wordt steeds vaker gedaan bij katten. Bij een hoge bloeddruk kan tijdig ingrijpen met medicatie een groot aantal gezondheidsklachten voorkomen. Wel is dit alleen goed mogelijk als uw kat niet te gestrest is op de praktijk.
  • Röntgenonderzoek: kan ingezet worden bij onderzoek naar artrose, maar bijvoorbeeld ook bij verdenking op hartproblemen of om te kijken of de darmfunctie nog goed is (obstipatie)
  • Echo-onderzoek wordt soms ook ingezet voor verder onderzoek naar organen zoals lever, nieren en blaas.

Behandeling van de senior kat

In zijn algemeenheid geldt dat hoe eerder er ingegrepen wordt bij gezondheidsproblemen, hoe beter de kwaliteit van leven van uw kat zal zijn. En ook zal bij tijdig ingrijpen uw kat langer leven. De behandelingen per aandoening variëren nogal. Zo zal bij de ene aandoening alleen een dieetvoeding volstaan. Andere aandoeningen vereisen ook medicijnen en soms is het ook noodzakelijk om geregeld het verloop van de ziekte te controleren met behulp van bloedonderzoek of bij hoge bloeddruk met bloeddrukmetingen.

Voor iedere patiënt zijn de behandelmogelijkheden anders, graag ondersteunen wij u in de keuzes die daarin gemaakt kunnen worden en schrijven wij een passende therapie voor. Ook kunnen wij u adviseren over hoe de medicijnen toe te dienen. Tegenwoordig zijn er meer smakelijke medicijnen op de markt en zijn er hulpmiddelen om medicijnen in te geven.

Gedrag kat

Bij katten komen regelmatig problemen voor met gedrag. Dit is vervelend voor zowel dier als eigenaar. De kat vertoont het gedrag vaak, omdat hij zich niet goed op zijn gemak voelt. Het kan soms lastig zijn om te ontdekken waarom de kat bepaald gedrag vertoont en op welke wijze u dit kunt oplossen.  

Normaal gedrag 

Een kat die zich goed op zijn gemak voelt, zal nieuwsgierig en speels zijn. Verwelkomt je met de staart en oortjes omhoog, geeft kopjes en gaat lekker op zijn rug liggen. Daarnaast verzorgt een relaxte kat zich goed, de vacht glimt en hij kan ook andere katten of de baasjes gaan ‘verzorgen’. Katten voelen zich het beste als ze een gevoel van controle hebben. Door kopjes te geven worden feromonen afgegeven die het huis vertrouwd maken.  

Stress  

Katten zijn gevoelig voor stress. Bij veranderingen in huis kan dit soms leiden tot een verandering van gedrag. Denk hierbij aan visite, een nieuwe huisgenoot of een verbouwing. Ook veranderingen in de omgeving kunnen invloed hebben op het gedrag van de kat. Dus een nieuwe kat in de buurt kan stress veroorzaken bij de huidige bewoners. Als een kat niet goed weet om te gaan met een verandering kan dit tot ander gedrag leiden.  

Probleemgedrag  

Onder probleemgedrag wordt onder andere verstaan: 

  • Onzindelijk gedrag  
  • Agressie, naar mensen of andere dieren toe 
  • Angstig gedrag 
  • Obsessief poetsgedrag 
  • Kapot maken van spullen 

Bij probleemgedrag kan soms een medische oorzaak gevonden worden. Zo kan afwijkend plasgedrag bijvoorbeeld wijzen op blaasproblemen. En blaasproblemen zien we ook vaak ontstaan bij katten met stress. Het is daarom belangrijk om uw kat met probleemgedrag goed na te laten kijken. Als er geen medische oorzaak gevonden wordt, is het belangrijk om te gaan kijken naar het ontstaan van het gedrag. Wat is er gebeurd voordat de kat het gedrag ging vertonen en kan daar iets aan worden veranderd? 

Behandeling  

Soms kunnen enkele simpele aanpassingen in het huis het voor een kat al een stuk aangenamer maken. Een kat heeft behoefte aan een plek waar hij zich kan verstoppen en bekijkt de ruimte graag vanuit een hoger perspectief. Hierbij kan een krabpaal bijvoorbeeld uitkomst bieden. Bij veel katten in huis is het belangrijk om voor voldoende kattenbakken te zorgen. De gouden regel hierbij is het aantal katten plus 1.  

Om de stress te verminderen zijn er ook verschillende middelen verkrijgbaar. Een verdamper met natuurlijke feromonen kan vaak uitkomst bieden. In sommige gevallen om een kat aan nieuwe situaties te laten wennen, maar bij stressgevoelige katten ook voor een langere periode. De feromonen worden normaal door een kat uitgescheiden en geven een rustgevend signaal af in de hersenen. Het voordeel van de feromonen verdamper is dat het eenvoudig is toe te dienen en er geen bijwerkingen zijn.

Daarnaast worden in sommige situaties tabletten met een angstverminderende werking gebruikt. Er zijn verschillende preparaten beschikbaar met elk een eigen werkingsmechanisme. Ze zijn bedoeld om angst en stress te verminderen, maar hebben geen versuffende werking.  

Voor probleemgedrag is er geen standaardoplossing. Laat een kat met probleemgedrag nakijken door een dierenarts en roep zo nodig de hulp in van een gedragsdeskundige. Het is belangrijk om te beseffen dat veel katten probleemgedrag vertonen, omdat ze zich niet lekker voelen: lichamelijk of mentaal.

Voor vragen over gedrag kunt u terecht bij onze assistentes, zij kunnen u adviseren en zo nodig een afspraak inplannen bij de dierenarts. Voor vragen over gedrag kunt u ook contact opnemen met Yvonne Lindemans. Zij is een gediplomeerd kattengedrag deskundige. Zie ook haar website www.kattenspel.nl.

Overactieve schildklier

Wat is hyperthyreoïdie?

De schildklier is een orgaan dat naast de luchtpijp in het halsgebied van de kat ligt. Het bestaat uit 2 lobben en produceert het schildklierhormoon. Dit hormoon (T4) beïnvloed veel processen in het lichaam. Het heeft een stimulerend effect op de stofwisseling.

We spreken van hyperthyreoïdie als er te veel schilklierhormoon aangemaakt wordt. In vrijwel alle gevallen komt dat door een goedaardige vergroting van de schildklier. Deze vergroting kan eenzijdig of beiderzijds voorkomen. Een enkele keer bevindt zich ook schildklierweefsel op een andere plaats in het lichaam, dat is dan meestal in de borstholte, dit noemen we ectopisch schildklierweefsel.

Symptomen van hyperthyreoïdie

Het meest kenmerkend voor deze aandoening is vermagering ondanks goede eetlust. Daarnaast zien we veel drinken/veel plassen, slechte vachtverzorging en een verandering van het gedrag. Katten worden dikwijls onrustiger en krijgen de voorkeur voor koudere ligplekken. Bij klinisch onderzoek vinden we vaak een verhoogde hartslag, verhoogde bloeddruk en dikwijls zijn de vergrootte schildklieren te voelen in de hals.

De diagnose

De diagnose wordt gesteld door de hoeveelheid hormonen in het bloed te bepalen. De apparatuur daarvoor hebben we in huis op onze hoofdlokatie in Heesbeen. Het is goed om iedere senior kat die vermagerd te screenen op onder andere deze aandoening.

Behandelingen

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk. In veel gevallen behandelen we met Felimazole of Thiamacare, dat zijn medicijnen die de overproductie van T4 afremmen.

Een andere mogelijkheid voor katten die binnen gehuisvest worden is het gebruik van een voeding die weinig jodium bevat. Daardoor kan er minder schildklierhormoon gemaakt worden waardoor de klinische verschijnselen zich ook weer kunnen herstellen. Nadeel is wel dat de kat naast deze voeding niets anders mag eten omdat anders het effect teniet gedaan wordt. Dat is ook de reden dat het niet geschikt is voor katten die ook buiten komen.

Een andere optie is het verwijderen van de schildklier door chirurgie. Dit is een gecompliceerde operatie die eigenlijk niet meer wordt uitgevoerd nu er minder belastende en veiligere alternatieven zijn. Een behandeling met radioactief jodium is de meest effectieve behandeling. Gewoonlijk is éénmalige behandeling  voldoende (circa 5% moet een tweede behandeling ondergaan). Een gedeelte ontwikkeld een te trage schildklier na deze behandeling en zal dan ook medicatie moeten ontvangen om dit tegen te gaan.

Controles na de start van behandeling

Bij behandeling met medicijnen is het eerste controle moment na 3 weken. Dan wordt wederom de hoeveelheid schildklierhormoon in het bloed bepaald. Zonodig wordt de dosering van de medicatie aangepast en na 3 weken opnieuw gecontroleerd. Dit gaat door totdat de hormoonspiegel in het bloed weer binnen de normaalwaarde is.

We controleren ook de leverfunctie, vaak is er wat toename van de leverfunctie door de overactieve schildklier. Daarnaast is een van de, zeer weinig voorkomende, maar wel ernstige bijwerkingen van de schildklierremmende stoffen, dat er een beenmergdepressie kan optreden. Dat betekend een gestoorde aanmaak van de bloedcellen. Daarom controleren we ook de bloedaanmaak.

Omdat de schildklierfunctie in de loop van de tijd kan veranderen is het noodzakelijk om geregeld een controle in te plannen. Bij katten die stabiel zijn worden 2 keer per jaar de bloedwaardes gecontroleerd. Hoewel de kans op beenmergdepressie en leverproblemen niet groot is als dat in de eerste maanden niet optreedt kan het verstandig zijn om toch een keer per jaar een geriatrisch profiel in het bloed te bekijken. Dat betekend dat we ook naar andere aandoeningen in het bloed kijken die bij oudere katten een rol spelen.

Als uw kat op YD van Hills komt te staan, dat is de jodiumbeperkte voeding, dan is het goed om na enkele maanden te checken of dit effectief is. Als dat effectief blijkt dan hoeft er zolang er geen aanleiding voor is geen verdere controle plaats te vinden.

Pijn herkennen

Katten zijn meesters in het verbergen van pijn. Daarom wordt soms pas laat opgemerkt dat er iets mis is met de kat. Toch zijn er wel dingen waar we op kunnen letten om pijn bij katten te kunnen herkennen.

Afwijkende gang

Kreupelheid is een duidelijke uiting van pijn. Door de pijnlijke poot te ontlasten ontstaat een afwijkende manier van lopen die we herkennen als kreupelheid. Het kan soms lastig zijn om goed vast te stellen welke poot pijnlijk is. Maak daarom filmpjes van de momenten waarop de kat afwijkend beweegt. Ook het niet willen maken van bepaalde bewegingen kan wijzen op pijn. Bijvoorbeeld niet meer op de vensterbank springen of dit met een tussenstapje doen (via de stoel).

Gedrag

Het gedrag kan op verschillende manieren veranderen als een kat pijn heeft. 

  • Minder sociaal gedrag, minder kroelen en niet meer opgepakt willen worden, of agressiever gedrag zoals slaan en bijten. 
  • Minder eten en vaker slapen.
  • Verandering van gebruik van de kattenbak, zoals naast de bak gaan plassen en poepen
  • Minder of juist meer wassen. Bij pijn in de rug kan bijvoorbeeld de staartregio minder goed gewassen worden omdat het pijnlijk is om de beweging te maken. Maar ook obsessief likken van bepaalde plaatsen kan voorkomen. 
  • Spinnen zonder aanraking

Gezichtsuitdrukking/houding

Bij pijn kunnen veranderingen in de houding en gezichtsuitdrukking optreden zoals:

  • Oren liggen platter op hoofd en wijzen een beetje naar beneden 
  • Snuitje is gerimpeld 
  • Bovenste lip trekt op 
  • Snorharen rollen omhoog naar het gezicht
  • Ogen knijpen samen 
  • Kop wordt minder rond 
  • Ronde hoge rug 
  • Pootjes onder het lichaam bij liggen 

Activiteit 

De kat kan rusteloos worden of juist niet meer willen bewegen. Soms gaan ze zich verstoppen en wil een kat niet meer aangeraakt worden. Daarnaast kunnen ze gaan trillen.

Als u veranderingen opmerkt bij u kat is het verstandig om na te gaan op welke momenten dat gebeurt en hoe vaak. Soms kan het heel zinvol zijn om een filmpje te maken. Dit kan tijdens een consult veel informatie opleveren. Elke verandering kan een signaal zijn van een onderliggend probleem, maak bij twijfel een afspraak om uw kat goed na te laten kijken.

vaccine3 Vaccinatie

Een vaccin (inenting) is een middel dat in het lichaam wordt gebracht om bescherming tegen bepaalde ziekteverwekkers op te wekken. Er worden antistoffen aangemaakt. Door deze antistoffen zal bij een nieuwe blootstelling aan deze ziekte er een betere afweer aanwezig zijn. Waardoor het dier minder of niet ziek wordt.

Wij vaccineren volgens een modern entschema. Dat betekend dat wij het entschema aanpassen aan de individuele behoeften van uw kat en dat we niet meer entingen geven dan nodig zijn om uw kat afdoende te beschermen.

Kattenziekte

Kattenziekte is een ernstige ziekte, vaak met dodelijke afloop, die veroorzaakt wordt door het panleukopenievirus. Het is een ziekte waartegen de enting erg effectief is. Het is echter wel belangrijk om te blijven enten omdat het virus erg resistent is en goed in de omgeving kan overleven. Als er minder katten gevaccineerd gaan worden tegen deze ziekte, zal kattenziekte dan ook weer snel de kop opsteken. De vaccinatie is opgenomen in de de kittenentingen op 9 en 12 weken en wordt herhaald op een jaar leeftijd. Daarna is 1 x in de 3 jaar enten tegen kattenziekte afdoende.

Niesziekte (basisenting)

Niesziekte is een complexe ziekte die veroorzaakt wordt door verschillende virussen en bacteriën. In het basisvaccin (ducat of tricat) is de bescherming tegen calici- en herpesvirussen opgenomen. Dit zijn beide virusziekten die een chronische infectie kunnen veroorzaken bij de kat die steeds terugkerende klachten kunnen veroorzaken. Niesen, ontstoken ogen, ontstoken slijmvliezen in de bek zijn hier onder andere uitingen van. Enting op jonge leeftijd is aan te raden om te voorkomen dat uw kat geïnfecteerd raakt, maar ook bij chronische dragers zal de enting over het algemeen de ziektesymptomen verminderen. Vaccinatie is opgenomen in de kittenenting op 9 en 12 weken en moet in de meeste gevallen jaarlijks herhaald worden.

Niesziekte bordetella

Bordetella is een bacterie die voorste luchtwegontstekingen kan geven. Zowel bij katten als bij honden. Katten die in een huishouden met meerdere dieren, met name ook met honden, wonen lopen een verhoogd risico op deze infectie. Inenting kan in die gevallen dan ook aan te raden zijn. Voor een bezoek aan een pension is deze extra bescherming zeker in het hoogseizoen (hoge concentratie dieren in het pension) bij de grotere pensions ook aan te raden.

Sommige pensions eisen deze vaccinatie voor uw kat wordt toegelaten in het pension. Let er wel op dit minstens 2 weken voor het pensionbezoek te laten uitvoeren. Vaccinatie vlak voor een bezoek aan het pension kan een averechts effect hebben. De enting die wij gebruiken is de Nobivac Bb van MSD, het is een neusdruppelvaccin. Voor een optimale bescherming is jaarlijks hervaccineren noodzakelijk. Bij dit vaccin kan het zijn dat uw kat enkele dagen gaat niesen, dit is een normale bijwerking van het vaccin.

Niesziekte Chlamydia

Deze enting wordt steeds meer als overbodig beschouwd, wij hebben de entstof dan ook niet meer op voorraad. Het geeft een ontsteking van met name het bindvlies bij zeer jonge kittens, nog voor de leeftijd dat vaccinatie mogelijk is. In een cattery waar dit een aangetooond probleem is kan het nuttig zijn om ouderdieren te gaan vaccineren om de infectiedruk omlaag te krijgen.

Feline Leukemie virus

Feline Leukemie is een aandoeninig die via speeksel en dergelijke overgebracht kan worden. Dus door het gezamelijk drinken uit een bak kan het overgebracht worden. Het is ook een dekinfectie en kittens kunnen al besmet raken in de baarmoeder. Het risico op een infectie in Nederland is relatief laag. Fokkatten worden soms preventief geënt om verspreiding via dekken tegen te gaan, in België wordt deze enting vaker standaard toegediend bij een kennelbezoek. Ook als er een aangetoond besmette kat in een huishouden is met meer katten kan het zinvol zijn de andere katten te vaccineren.

Rabiës

Er bestaat op dit moment geen risico in Nederland dat katten hier hondsdolheid oplopen. Als u uw kat mee wilt nemen naar het buitenland is chippen verplicht en een hondsdolheidsenting tenminste 3 weken voor vertrek. Voor sommige landen zijn er speciale eisen, kijk hiervoor op de site van het LICG. Vaccinatie tegen rabiës is normaal gesproken maar 1 keer in de 3 jaar nodig.

Worms2 Wormen

Er zijn verschillende wormsoorten die bij de kat voorkomen. De belangrijkste wormsoorten zijn spoelwormen en lintwormen, wat minder voorkomend maar wel in belangrijkheid toenemend is de longworm van de kat. Een van de belangrijkste redenen om veel zorg aan ontworming te besteden is het risico op besmetting van de mens (zoönose).

Spoelwormen

De spoelworm (type rondworm) bij de kat is toxocara cati of toxascaris leonidas. Eitjes van deze wormen komen in het milieu via de ontlasting en worden rechtstreeks uit de omgeving  opgenomen waardoor uw kat besmet kan raken. Ook knaagdieren en vogels die eitjes hebben opgenomen zijn besmettelijk en kunnen een rol spelen bij de overdracht van de infectie.

Toxocara cati wordt via de moedermelk overgedragen. Vrijwel iedere poes heeft in haar lichaam enkele onvolwassen wormen (larven) die in rust zijn gegaan na een eerdere infectie. Zodra de moederpoes gaat werpen ontwaken deze larven en trekken naar de melkklieren. Daarom gaan we er van uit dat vrijwel ieder kitten besmet is met toxocara.

Lintwormen

Lintwormen zijn lange platte wormen die uit kleine stukjes bestaan (segmenten). Deze segmenten zijn pakketjes met eieren en komen via de ontlasting in het milieu. Dipylidium caninum is een type lintworm die overgebracht wordt via vlooien. Vlooienlarven voeden zich onder andere met de eipakketjes van de lintworm waardoor de vlo besmet raakt. Als uw kat zijn of haar vacht verzorgt krijgt uw kat soms een vlo binnen en zal zo ook besmet raken met dipylidium. Taenia taeniaformis is een andere lintworm die overgebracht wordt door muizen en andere kleine knaagdieren. Jagende katten kunnen hiermee besmet raken.

Ontwormingsmiddelen

Er bestaan verschillende middelen tegen wormen, de meeste producten pakken zowel de spoelwormen als de lintwormen aan. In het geval van lintwormbesmetting is ook een goede vlooienbestrijding essentieel. Er bestaan tabletten, pasta’s en pipetten voor ontworming. Er bestaan ook combinatiepreparaten tegen vlooien en/of teken en wormen die in druppelvorm in de nek kunnen worden toegediend.

Ontwormingsschema

Jonge kittens zijn vrijwel allemaal besmet met toxocara cati daarom is het van belang om kittens vanaf de leeftijd van 3 weken om de 2 weken te ontwormen tot de de leeftijd van 9 weken . Daarna van 3 maanden tot 6 maanden elke maand. Later kunt u in de meeste gevallen het beste ieder kwartaal blijven ontwormen. Lintwormen spelen vooral bij de oudere katten een rol. Het is dan ook verstandig om na de 9 weken altijd een middel te gebruiken dat zowel tegen lint- als spoelwormen werkt. Katten die veelvuldig jagen of een vlooienbesmetting hebben doorgemaakt moeten soms vaker ontwormd worden. In sommige gevallen kan het verstandig zijn iedere maand te ontwormen. Wij volgen bij de ontworming de adviezen van de esccap.

Spoelwormen bij de mens

Spoelwormen van de kat en hond zijn besmettelijk voor mensen dit heet toxocariasis. Zandbakken en speeltuinen zijn beruchte plaatsen om een infectie op te lopen. De symptomen ontstaan niet doordat de mens een worminfectie in de darm oploopt maar omdat de larven die via de mond worden opgenomen, zich in de maagwand boren en daarna door het lichaam gaan zwerven. De klachten kunnen variëren van heel algemeen tot meer specifiek problemen met de longen of allergische klachten. We zien de meeste problemen bij kinderen van 2 tot 7 jaar oud.

Longworm (Aelurostrongylus abstrusus)

Een worm die luchtwegklachten kan geven is de longworm van de kat, deze komt steeds vaker ook in nederland voor. Katten raken besmet door het opeten van vogels, kikkers, hagedissen en knaagdieren (zoals veldmuisjes), die eerder een besmette slak hebben opgegeten. De kat kan ook geïnfecteerd worden met de larfjes van de longworm door het  opeten van een besmette huisjes- of naaktslak of het oplikken van slakkenslijm. Het is nog niet nodig om preventief katten voor deze aandoening te behandelen. Wel zijn wij steeds attent op de mogelijkheid dat uw kat hiermee geïnfecteerd kan zijn in het geval van chronisch hoestende of benauwde katten. Nader onderzoek van de ontlasting kan dan nodig zijn (baermannmethode).  Als uw kat verdacht wordt van longworm dan gebruiken we een aangepast dsoeringsschema van een van de geschikte middelen om de worm effectief te bestrijden.

Terug naar Gezelschapsdieren